kosimodo
January 17th, 2005, 07:53 AM
Artikel in Trouw:
http://www.trouw.nl/nieuwsenachtergronden/artikelen/1105862454376.html
Ruimtelijke ordening / Op de vlucht voor de lelijkheid
door Jan Neefjes
2005-01-17 - geef uw reactie op dit artikel
Vandaag behandelt de Tweede Kamer de Nota Ruimte van minister Dekker. De nota zal voor tientallen jaren bepalend zijn voor natuur en landschap in Nederland. Veel Nederlanders ervaren het landschap als steeds drukker en lelijker. Rijke mensen vertrekken er zelfs voor naar het buitenland.
Zo'n vierduizend Nederlanders, vaak kapitaalkrachtig en wat ouder, verlieten volgens het CBS in 2003 het land. In werkelijkheid is de uitstroom veel groter. Nederlanders betrekken tweede huizen in Frankrijk, Spanje, Zweden of Turkije. Vertrekken zij vanwege het betere weer of de lagere prijzen naar het buitenland? Of vinden ze Nederland lelijk en druk en kun je spreken van ecologische vluchtelingen?
De vertrekkers moeten een moneydrain voor Nederland zijn, maar toch hebben CBS en het Centraal Planbureau nagenoeg geen cijfers over deze uittocht. De Nota Ruimte rept er met geen woord over. Die nota kiest expliciet voor versterking van de concurrentiepositie als een hoofddoelstelling van het ruimtelijke beleid. Wordt het niet eens tijd om ook de landschappelijke kwaliteit als een economisch goed te beschouwen?
In ons land functioneert een ruimtelijke ordening die de landschappelijke kwaliteit moet borgen, maar die daar in de praktijk maar gedeeltelijk in slaagt. Delen van het open landschap zijn de afgelopen decennia versnipperd door wegenbouw, huizenterreinen, slecht geplande woningbouw en nieuwe industriegebieden.
De indruk van een lelijker, drukker en rommeliger Nederlands landschap wordt door velen gedeeld. Maar is dat ook objectief te meten? Joep Dirkx van het Milieu- en Natuurplanbureau in Wageningen, werkte aan de Belevingskaart van Nederland. ,,Het blijkt dat stedelijkheid een negatieve invloed heeft op de landschapsbeleving. Met stedelijkheid bedoelen we kantoren, fabrieken en woonwijken aan de horizon, maar ook nieuwe huizen of gebouwen in het landelijk gebied zelf. We zien dat door al deze bebouwing vooral de Randstad laag scoort op de belevingskaart.'' Of de Nederlanders hun land als steeds lelijker gaan ervaren kan Dirkx nog niet met onderzoeksgegevens staven. ,,We onderzoeken nog te kort om trends te herkennen, maar als de verstedelijking toeneemt, kunnen we aannemen dat de landschapsbeleving achteruit gaat.''
De instanties die onze economie in de gaten houden, zoals het CBS en het Centraal Planbureau, hebben alleen gegevens over mensen die daadwerkelijk emigreren. In 2003 waren dat 4000 oudere autochtone Nederlanders. Een deel hiervan, ongeveer 1000, woont waarschijnlijk om fiscale redenen net over de grens. Over de veel grotere groep Nederlandse tweede-huizenbezitters in het buitenland ontbreken getallen. Er circuleert een schatting van 250000 Nederlandse tweede huizen alleen al in Frankrijk. De bladen Intermediair en Maison en France kwamen vorig jaar op 150000 tweede huizen en daarnaast 80000 Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen.
Over het algemeen wordt aangenomen dat de bezitters van tweede huizen wat oudere, kapitaalkrachtige Nederlanders zijn, werkenden zowel als gepensioneerden, die hun vrije tijd doorbrengen in het buitenland. Het is denkbaar dat die groep in de toekomst wordt aangevuld met jongere, mobiele, hoog opgeleide mensen die hun werk in hun tweede huis doen. Intermediair signaleerde vorig jaar dat steeds jongere mensen tweede huizen kopen, en soms van hun buitenlandse huis hun hoofdverblijf maken. Philip Todd, directeur van de Stichting Nederlands TelewerkForum: ,,Onze oprichter Kitty de Bruin is er een prachtig voorbeeld van. Ze is zakenvrouw en doet haar werk vanuit haar tweede huis in Zuid-Frankrijk.'' Todd denkt dat deze groep van tweede-huizenbezitters voorlopig nog klein zal blijven. ,,De meeste telewerkers zijn ook een paar dagen op kantoor. Het wordt heel anders als de vliegverbindingen nóg frequenter worden, als je voor de maandagochtendmeeting even naar Nederland vliegt.''
Het vertrek van tweede-huizenbezitters moet van invloed zijn op de Nederlandse economie. Het betreft tenslotte kapitaalkrachtigen die hun geld in Nederland verdiend hebben en het in het buitenland uitgeven. Een grove schatting voor alleen Frankrijk komt op 25 miljard euro aan in huizen geïnvesteerd vermogen en een geldstroom van 3 miljard euro per jaar. Deze schatting gaat uit van 250000 tweede huizen met een waarde van 100000 euro en van twee bewoners per huis die jaarlijks 6000 euro in Frankrijk uitgeven.
Sjef Ederveen, van de sector Internationale Economie van het Centraal Planbureau, kan de schatting bevestigen noch ontkennen. ,,Ik ga er van uit dat deze mensen hun tweede huis als vakantieadres gebruiken en er een of enkele weken per jaar logeren. Ik denk daarom dat de economische effecten klein zijn. Maar het wordt een heel ander verhaal als ze daar gedurende langere tijd verblijven of permanent wonen. Ik kan daar niets over zeggen omdat we daar geen gegevens van hebben.''
Er zijn geen cijfers die aangeven in welke mate de ruimtelijke kwaliteit bijdraagt aan het vertrek van Nederlanders. We moeten te rade gaan bij makelaars en tussenpersonen die de motivatie van hun klanten inschatten. Anthonie Sips van Eigen Huis in Frankrijk, begeleidt mensen bij de aankoop van een huis in Midden-Frankrijk. ,,Het klimaat is hier gemiddeld beter dan in Nederland en de woningen zijn betaalbaarder, maar mijn klanten zoeken er vooral ruimte, rust en authenticiteit. In Nederland bestaat dat niet meer. Nederland is vol en hectisch. Ik ervaar dat iedere keer als ik naar mijn huis in Nederland rijd. Hoe dichter bij huis, hoe meer huizen, fabrieken en kantoren.''
Is een lelijker wordend landschap een Nederlands probleem? Barrie Needham, Cambridge-econoom, nu hoogleraar planologie aan de Radboud universiteit in Nijmegen, ziet de oorzaak van het verslechterende Nederlandse landschap in onze mentaliteit. ,,Het is typisch Nederlands om open ruimte vooral economisch te bezien, als reserveruimte om te bouwen. In Engeland bestaat een veel emotionelere band met de omgeving. In de politiek bestaat van links tot rechts de wens om het buitengebied open en mooi te houden. Van links tot rechts dringt men aan op strenge overheidsregels voor bouwen in het landelijk gebied. Het is geen partijpoltiek vraagstuk, zoals in Nederland, waar rechts zo min mogelijk regels wenst. In Engeland zet men bovendien niet in op ruimteverslindende logistieke bedrijvigheid, zoals Nederland dat doet, maar veel meer op kenniseconomie.''
Needham maakt zich zorgen om de Nederlandse neiging het probleem te accepteren als een soort natuurverschijnsel. ,,Je hoort hier geluiden als 'Nederland wordt voller en lelijker, maar dat hoort nu eenmaal bij onze economie'. De aantrekkelijke woongebieden liggen in deze visie in andere landen en het staat iedereen vrij daar een huis te kopen.'' De uiterste consequentie van deze visie is dat Nederland verpaupert, maar daar gelooft Needham niet in. ,,Voorlopig zullen werkende mensen hun geld blijven verdienen in Nederland. Wat we echter nu al zien is dat vermogende ouderen wegtrekken, terwijl de armeren aan Nederland gebonden blijven.''
Needham vindt het interessant om natuur en landschap als economisch goed te beschouwen om zo negatieve economische neveneffecten van landschapsvernietiging te kunnen berekenen. Hij verwacht daarmee niet het Nederlandse landschap te kunnen redden. ,,Landschap en natuur zijn veel meer dan een economisch goed. Alleen als een groot deel van de bevolking hartstochtelijk overtuigd is van de brede waarde van natuur en landschap, zal Nederland weer mooier worden.''
http://www.trouw.nl/nieuwsenachtergronden/artikelen/1105862454376.html
Ruimtelijke ordening / Op de vlucht voor de lelijkheid
door Jan Neefjes
2005-01-17 - geef uw reactie op dit artikel
Vandaag behandelt de Tweede Kamer de Nota Ruimte van minister Dekker. De nota zal voor tientallen jaren bepalend zijn voor natuur en landschap in Nederland. Veel Nederlanders ervaren het landschap als steeds drukker en lelijker. Rijke mensen vertrekken er zelfs voor naar het buitenland.
Zo'n vierduizend Nederlanders, vaak kapitaalkrachtig en wat ouder, verlieten volgens het CBS in 2003 het land. In werkelijkheid is de uitstroom veel groter. Nederlanders betrekken tweede huizen in Frankrijk, Spanje, Zweden of Turkije. Vertrekken zij vanwege het betere weer of de lagere prijzen naar het buitenland? Of vinden ze Nederland lelijk en druk en kun je spreken van ecologische vluchtelingen?
De vertrekkers moeten een moneydrain voor Nederland zijn, maar toch hebben CBS en het Centraal Planbureau nagenoeg geen cijfers over deze uittocht. De Nota Ruimte rept er met geen woord over. Die nota kiest expliciet voor versterking van de concurrentiepositie als een hoofddoelstelling van het ruimtelijke beleid. Wordt het niet eens tijd om ook de landschappelijke kwaliteit als een economisch goed te beschouwen?
In ons land functioneert een ruimtelijke ordening die de landschappelijke kwaliteit moet borgen, maar die daar in de praktijk maar gedeeltelijk in slaagt. Delen van het open landschap zijn de afgelopen decennia versnipperd door wegenbouw, huizenterreinen, slecht geplande woningbouw en nieuwe industriegebieden.
De indruk van een lelijker, drukker en rommeliger Nederlands landschap wordt door velen gedeeld. Maar is dat ook objectief te meten? Joep Dirkx van het Milieu- en Natuurplanbureau in Wageningen, werkte aan de Belevingskaart van Nederland. ,,Het blijkt dat stedelijkheid een negatieve invloed heeft op de landschapsbeleving. Met stedelijkheid bedoelen we kantoren, fabrieken en woonwijken aan de horizon, maar ook nieuwe huizen of gebouwen in het landelijk gebied zelf. We zien dat door al deze bebouwing vooral de Randstad laag scoort op de belevingskaart.'' Of de Nederlanders hun land als steeds lelijker gaan ervaren kan Dirkx nog niet met onderzoeksgegevens staven. ,,We onderzoeken nog te kort om trends te herkennen, maar als de verstedelijking toeneemt, kunnen we aannemen dat de landschapsbeleving achteruit gaat.''
De instanties die onze economie in de gaten houden, zoals het CBS en het Centraal Planbureau, hebben alleen gegevens over mensen die daadwerkelijk emigreren. In 2003 waren dat 4000 oudere autochtone Nederlanders. Een deel hiervan, ongeveer 1000, woont waarschijnlijk om fiscale redenen net over de grens. Over de veel grotere groep Nederlandse tweede-huizenbezitters in het buitenland ontbreken getallen. Er circuleert een schatting van 250000 Nederlandse tweede huizen alleen al in Frankrijk. De bladen Intermediair en Maison en France kwamen vorig jaar op 150000 tweede huizen en daarnaast 80000 Nederlanders die permanent in Frankrijk wonen.
Over het algemeen wordt aangenomen dat de bezitters van tweede huizen wat oudere, kapitaalkrachtige Nederlanders zijn, werkenden zowel als gepensioneerden, die hun vrije tijd doorbrengen in het buitenland. Het is denkbaar dat die groep in de toekomst wordt aangevuld met jongere, mobiele, hoog opgeleide mensen die hun werk in hun tweede huis doen. Intermediair signaleerde vorig jaar dat steeds jongere mensen tweede huizen kopen, en soms van hun buitenlandse huis hun hoofdverblijf maken. Philip Todd, directeur van de Stichting Nederlands TelewerkForum: ,,Onze oprichter Kitty de Bruin is er een prachtig voorbeeld van. Ze is zakenvrouw en doet haar werk vanuit haar tweede huis in Zuid-Frankrijk.'' Todd denkt dat deze groep van tweede-huizenbezitters voorlopig nog klein zal blijven. ,,De meeste telewerkers zijn ook een paar dagen op kantoor. Het wordt heel anders als de vliegverbindingen nóg frequenter worden, als je voor de maandagochtendmeeting even naar Nederland vliegt.''
Het vertrek van tweede-huizenbezitters moet van invloed zijn op de Nederlandse economie. Het betreft tenslotte kapitaalkrachtigen die hun geld in Nederland verdiend hebben en het in het buitenland uitgeven. Een grove schatting voor alleen Frankrijk komt op 25 miljard euro aan in huizen geïnvesteerd vermogen en een geldstroom van 3 miljard euro per jaar. Deze schatting gaat uit van 250000 tweede huizen met een waarde van 100000 euro en van twee bewoners per huis die jaarlijks 6000 euro in Frankrijk uitgeven.
Sjef Ederveen, van de sector Internationale Economie van het Centraal Planbureau, kan de schatting bevestigen noch ontkennen. ,,Ik ga er van uit dat deze mensen hun tweede huis als vakantieadres gebruiken en er een of enkele weken per jaar logeren. Ik denk daarom dat de economische effecten klein zijn. Maar het wordt een heel ander verhaal als ze daar gedurende langere tijd verblijven of permanent wonen. Ik kan daar niets over zeggen omdat we daar geen gegevens van hebben.''
Er zijn geen cijfers die aangeven in welke mate de ruimtelijke kwaliteit bijdraagt aan het vertrek van Nederlanders. We moeten te rade gaan bij makelaars en tussenpersonen die de motivatie van hun klanten inschatten. Anthonie Sips van Eigen Huis in Frankrijk, begeleidt mensen bij de aankoop van een huis in Midden-Frankrijk. ,,Het klimaat is hier gemiddeld beter dan in Nederland en de woningen zijn betaalbaarder, maar mijn klanten zoeken er vooral ruimte, rust en authenticiteit. In Nederland bestaat dat niet meer. Nederland is vol en hectisch. Ik ervaar dat iedere keer als ik naar mijn huis in Nederland rijd. Hoe dichter bij huis, hoe meer huizen, fabrieken en kantoren.''
Is een lelijker wordend landschap een Nederlands probleem? Barrie Needham, Cambridge-econoom, nu hoogleraar planologie aan de Radboud universiteit in Nijmegen, ziet de oorzaak van het verslechterende Nederlandse landschap in onze mentaliteit. ,,Het is typisch Nederlands om open ruimte vooral economisch te bezien, als reserveruimte om te bouwen. In Engeland bestaat een veel emotionelere band met de omgeving. In de politiek bestaat van links tot rechts de wens om het buitengebied open en mooi te houden. Van links tot rechts dringt men aan op strenge overheidsregels voor bouwen in het landelijk gebied. Het is geen partijpoltiek vraagstuk, zoals in Nederland, waar rechts zo min mogelijk regels wenst. In Engeland zet men bovendien niet in op ruimteverslindende logistieke bedrijvigheid, zoals Nederland dat doet, maar veel meer op kenniseconomie.''
Needham maakt zich zorgen om de Nederlandse neiging het probleem te accepteren als een soort natuurverschijnsel. ,,Je hoort hier geluiden als 'Nederland wordt voller en lelijker, maar dat hoort nu eenmaal bij onze economie'. De aantrekkelijke woongebieden liggen in deze visie in andere landen en het staat iedereen vrij daar een huis te kopen.'' De uiterste consequentie van deze visie is dat Nederland verpaupert, maar daar gelooft Needham niet in. ,,Voorlopig zullen werkende mensen hun geld blijven verdienen in Nederland. Wat we echter nu al zien is dat vermogende ouderen wegtrekken, terwijl de armeren aan Nederland gebonden blijven.''
Needham vindt het interessant om natuur en landschap als economisch goed te beschouwen om zo negatieve economische neveneffecten van landschapsvernietiging te kunnen berekenen. Hij verwacht daarmee niet het Nederlandse landschap te kunnen redden. ,,Landschap en natuur zijn veel meer dan een economisch goed. Alleen als een groot deel van de bevolking hartstochtelijk overtuigd is van de brede waarde van natuur en landschap, zal Nederland weer mooier worden.''