Jan
February 14th, 2005, 02:32 PM
Bron: NRC (http://www.nrc.nl)
Steunen clubs voor steden als Breda, Sittard en Waalwijk vorm van 'citymarketing'
De betaald-voetbalclub als stadspromotor
Om voetbalclub Fortuna te redden werd vorige week in Sittard een compleet bestemmingsplan omgegooid. De afgelopen jaren was al 12 miljoen gulden in de club gestoken. Hoe belangrijk is dat kostbare voetbal eigenlijk voor de uitstraling van een gemeente?
Door onze redacteuren Koen Greven en Erik van der Walle
ROTTERDAM, 12 FEBR. Fortuna Sittard was vorige week nog maar nauwelijks gered of een raadslid van de jonge fusiegemeente Sittard-Geleen gooide eens een visje uit. ,,Kan bij de naam van Fortuna Sittard voortaan Geleen niet worden gevoegd?'', zo vroeg de voorman van de Geleense fractie aan een commissaris van de eerste divisionist.
Het verzoek was in elk geval consequent: nogal wat raadsleden (en wethouders) hadden in de voorafgaande uren in de gemeenteraad steun voor Fortuna toegezegd waarbij de uitstraling van de club voor de stad centraal stond. En dan is een vermelding van Geleen niet meer dan logisch. Het voetballoze Almere bijvoorbeeld zou, zo zeiden sommige raadsleden van de armlastige stad, zelfs stikjaloers zijn op Sittard.
,,Op zich kan de bekendheid van een gemeente profijtelijk zijn'', zegt onderzoeker Erik Braun van de Erasmus Universiteit die zich met 'citymarketing' bezighoudt. ,,Onbekend maakt onbemind. Bij het besluit om een bedrijf in een bepaalde stad te vestigen of om een stad te bezoeken wordt altijd een voorselectie van mogelijkheden gemaakt. En het kan best zo zijn dat de associatie met voetbal daarbij helpt. Zonder RKC had je bij wijze van spreken wellicht niet aan Waalwijk gedacht. Dat kan. Maar je vestigt je natuurlijk nooit in een gemeente, alleen omdat er een betaald voetbalclub zit.''
Die potentiële promotierol van een voetbalclub wil volgens Braun niet zeggen dat elke investering dan maar geoorloofd is. ,,Juist omdat je de waarde van een betaald voetbalclub niet precies kan bepalen, is het argument van de uitstraling ook heel gemakkelijk te misbruiken. Breda betaalde 15 miljoen euro om het stadion van NAC te kopen. Dat is in de Nederlandse verhoudingen veel geld en het is maar de vraag of dat alleen vanuit citymarketing is te rechtvaardigen. Bij Fortuna is er eveneens veel geld ingestoken en hierbij gaat het om een kleinere gemeente en ook nog eens om de onderkant van de eerste divisie in plaats van de middenmoot van de eredivisie.''
Braun tekent verder aan dat een gemeente soms ook dure campagnes voert om 'zich op de kaart te zetten'. ,,Ook bij reclamecampagnes of bij het ontwikkelen van een slogan, zoals het bekende 'er gaat niets boven Groningen' is niet zomaar vast te stellen wat de opbrengsten daarvan zijn. Dergelijke acties kunnen ook veel geld kosten en ook dan weet je nooit precies of de uitgaven met de inkomsten in verhouding staan.''
De Bredase voetbalclub NAC was twee jaar geleden op sterven na dood, maar werd door de gemeente gered van de ondergang. Voor een bedrag van 15,7 miljoen euro werd de gemeente eigenaar van het stadion en de oefenvelden. ,,Er waren twee kampen'', zegt wethouder Janus Oomen van Financiën (CDA). ,,De ene helft zei: NAC moet blijven. En de andere helft zei: NAC moet blijven, maar het mag geen geld kosten. We hebben onze nek uitgestoken. Daar wilden we wel wat voor terug. Een van de voorwaarden was dat de club NAC Breda zou gaan heten. Verder zijn de voetballers nu ook verplicht zich maatschappelijk in te zetten. En ik kijk als wethouder Financiën twee keer per jaar in de boeken. Mocht NAC onverhoopt verdwijnen dan kunnen we het stadion dat op een gunstige plek ligt voor hetzelfde bedrag weer verkopen.''
Wat precies de waarde van NAC voor de Brabantse stad is kan Oomen niet in geld uitdrukken. ,,Breda en NAC zijn negentig jaar aan elkaar verbonden. Het sociale aspect van de club is groot. Ik heb de jongeren liever bij elkaar in het stadion dan dat ze ergens anders gaan rondhangen. En voor bedrijven die zich ergens willen vestigen spelen cultuur en sport een steeds belangrijkere rol'', stelt Oomen. ,,Misschien is de aanwezigheid van een voetbalclub net genoeg voor het laatste duwtje. Maar hoe groot de impact daadwerkelijk is weten we niet. Ik kan me echter geen bedrijf of instelling voorstellen die de stad beter op de kaart zet dan NAC.''
De gemeente Waalwijk nam in het verleden het stadion van de plaatselijke profclub over. Volgens een woordvoerder van de gemeente staat daar tegenover dat het Brabantse plaatsje door RKC Waalwijk zelfs ,,internationaal bekend'' is geworden. ,,In Nederland kennen ze Waalwijk vaak ook van de meubelboulevard. Gasten uit het buitenland kennen onze naam vaak door de voetbalclub. Het is echter moeilijk te meten hoe groot de spin-off is.''
De publieke investeringen in Nederlandse stadions zijn overigens zeer bescheiden in vergelijking met de Verenigde Staten. Daar is het bouwen van stadions met publiek geld een heet hangijzer. Staten en steden zijn bereid gebleken om honderden miljoenen uit te geven om een American-footballclub, baseballteam of basketbalclub binnen de stadsgrenzen te krijgen. ,,Daar wordt soms gewoon een compleet stadion neergezet en dan wordt er met een club onderhandeld om te verhuizen'', zegt onderzoeker Braun. ,,Van St. Louis weet ik dat de overheid meer dan 300 miljoen dollar heeft geïnvesteerd in een stadion voor de Rams en nog eens 190 miljoen om deze American Football-club over te halen Los Angeles te verruilen voor St. Louis. Bij dat soort bedragen weet je één ding zeker: dat verdien je nooit terug.''
Steunen clubs voor steden als Breda, Sittard en Waalwijk vorm van 'citymarketing'
De betaald-voetbalclub als stadspromotor
Om voetbalclub Fortuna te redden werd vorige week in Sittard een compleet bestemmingsplan omgegooid. De afgelopen jaren was al 12 miljoen gulden in de club gestoken. Hoe belangrijk is dat kostbare voetbal eigenlijk voor de uitstraling van een gemeente?
Door onze redacteuren Koen Greven en Erik van der Walle
ROTTERDAM, 12 FEBR. Fortuna Sittard was vorige week nog maar nauwelijks gered of een raadslid van de jonge fusiegemeente Sittard-Geleen gooide eens een visje uit. ,,Kan bij de naam van Fortuna Sittard voortaan Geleen niet worden gevoegd?'', zo vroeg de voorman van de Geleense fractie aan een commissaris van de eerste divisionist.
Het verzoek was in elk geval consequent: nogal wat raadsleden (en wethouders) hadden in de voorafgaande uren in de gemeenteraad steun voor Fortuna toegezegd waarbij de uitstraling van de club voor de stad centraal stond. En dan is een vermelding van Geleen niet meer dan logisch. Het voetballoze Almere bijvoorbeeld zou, zo zeiden sommige raadsleden van de armlastige stad, zelfs stikjaloers zijn op Sittard.
,,Op zich kan de bekendheid van een gemeente profijtelijk zijn'', zegt onderzoeker Erik Braun van de Erasmus Universiteit die zich met 'citymarketing' bezighoudt. ,,Onbekend maakt onbemind. Bij het besluit om een bedrijf in een bepaalde stad te vestigen of om een stad te bezoeken wordt altijd een voorselectie van mogelijkheden gemaakt. En het kan best zo zijn dat de associatie met voetbal daarbij helpt. Zonder RKC had je bij wijze van spreken wellicht niet aan Waalwijk gedacht. Dat kan. Maar je vestigt je natuurlijk nooit in een gemeente, alleen omdat er een betaald voetbalclub zit.''
Die potentiële promotierol van een voetbalclub wil volgens Braun niet zeggen dat elke investering dan maar geoorloofd is. ,,Juist omdat je de waarde van een betaald voetbalclub niet precies kan bepalen, is het argument van de uitstraling ook heel gemakkelijk te misbruiken. Breda betaalde 15 miljoen euro om het stadion van NAC te kopen. Dat is in de Nederlandse verhoudingen veel geld en het is maar de vraag of dat alleen vanuit citymarketing is te rechtvaardigen. Bij Fortuna is er eveneens veel geld ingestoken en hierbij gaat het om een kleinere gemeente en ook nog eens om de onderkant van de eerste divisie in plaats van de middenmoot van de eredivisie.''
Braun tekent verder aan dat een gemeente soms ook dure campagnes voert om 'zich op de kaart te zetten'. ,,Ook bij reclamecampagnes of bij het ontwikkelen van een slogan, zoals het bekende 'er gaat niets boven Groningen' is niet zomaar vast te stellen wat de opbrengsten daarvan zijn. Dergelijke acties kunnen ook veel geld kosten en ook dan weet je nooit precies of de uitgaven met de inkomsten in verhouding staan.''
De Bredase voetbalclub NAC was twee jaar geleden op sterven na dood, maar werd door de gemeente gered van de ondergang. Voor een bedrag van 15,7 miljoen euro werd de gemeente eigenaar van het stadion en de oefenvelden. ,,Er waren twee kampen'', zegt wethouder Janus Oomen van Financiën (CDA). ,,De ene helft zei: NAC moet blijven. En de andere helft zei: NAC moet blijven, maar het mag geen geld kosten. We hebben onze nek uitgestoken. Daar wilden we wel wat voor terug. Een van de voorwaarden was dat de club NAC Breda zou gaan heten. Verder zijn de voetballers nu ook verplicht zich maatschappelijk in te zetten. En ik kijk als wethouder Financiën twee keer per jaar in de boeken. Mocht NAC onverhoopt verdwijnen dan kunnen we het stadion dat op een gunstige plek ligt voor hetzelfde bedrag weer verkopen.''
Wat precies de waarde van NAC voor de Brabantse stad is kan Oomen niet in geld uitdrukken. ,,Breda en NAC zijn negentig jaar aan elkaar verbonden. Het sociale aspect van de club is groot. Ik heb de jongeren liever bij elkaar in het stadion dan dat ze ergens anders gaan rondhangen. En voor bedrijven die zich ergens willen vestigen spelen cultuur en sport een steeds belangrijkere rol'', stelt Oomen. ,,Misschien is de aanwezigheid van een voetbalclub net genoeg voor het laatste duwtje. Maar hoe groot de impact daadwerkelijk is weten we niet. Ik kan me echter geen bedrijf of instelling voorstellen die de stad beter op de kaart zet dan NAC.''
De gemeente Waalwijk nam in het verleden het stadion van de plaatselijke profclub over. Volgens een woordvoerder van de gemeente staat daar tegenover dat het Brabantse plaatsje door RKC Waalwijk zelfs ,,internationaal bekend'' is geworden. ,,In Nederland kennen ze Waalwijk vaak ook van de meubelboulevard. Gasten uit het buitenland kennen onze naam vaak door de voetbalclub. Het is echter moeilijk te meten hoe groot de spin-off is.''
De publieke investeringen in Nederlandse stadions zijn overigens zeer bescheiden in vergelijking met de Verenigde Staten. Daar is het bouwen van stadions met publiek geld een heet hangijzer. Staten en steden zijn bereid gebleken om honderden miljoenen uit te geven om een American-footballclub, baseballteam of basketbalclub binnen de stadsgrenzen te krijgen. ,,Daar wordt soms gewoon een compleet stadion neergezet en dan wordt er met een club onderhandeld om te verhuizen'', zegt onderzoeker Braun. ,,Van St. Louis weet ik dat de overheid meer dan 300 miljoen dollar heeft geïnvesteerd in een stadion voor de Rams en nog eens 190 miljoen om deze American Football-club over te halen Los Angeles te verruilen voor St. Louis. Bij dat soort bedragen weet je één ding zeker: dat verdien je nooit terug.''