Skyscraper City Forum banner
1 - 20 of 60 Posts

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #1 ·
Morgen is vandaag geschiedenis

Ik zie wel eens wat voorbij komen over de historie van Den Haag. Op en buiten dit forum. Later vaak lastig of niet meer te vinden. Misschien een beetje té overmoedig om er een draad voor op te starten op dit forum, maar wellicht door ieders input toch interessant.

Een draad om verhalen, tekeningen, foto's, filmpjes en reportages van de Haagse geschidenis te bundelen. Gewoon als je m.b.t. de geschiedenis van Den Haag iets interessants hebt of weet, iets hebt gevonden of hebt gezien.
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #2 · (Edited)
Hoe het begon (Wikipedia)

In het Haagse gebied woonden al vroeg mensen, lang voordat er sprake was van een dorp met de naam Den Haag. De oudste archeologische vondsten gedaan in de omgeving van het Binnenhof dateren uit circa 3000 v.Chr.; zo werd in 1912 bij de bouw van Hotel Central aan de Lange Poten, nu onderdeel van het Tweede-Kamercomplex, een gave vuurstenen vuistbijl gevonden, waarvan de gebruikers ingedeeld kunnen worden bij de Vlaardingencultuur.

Middeleeuwen
Over het ontstaan van Den Haag zelf is weinig bekend. Graaf Floris IV van Holland zou rond 1230 een van een zekere vrouwe Meilendis een zogenaamde 'Hof' hebben gekocht. In 1948 werd het 700-jarig bestaan van Den Haag gevierd omdat Floris' opvolger, graaf Willem II, in 1248 zou zijn begonnen om dat jachtverblijf om te bouwen tot een als bestuurscentrum bruikbaar kasteel, het Binnenhof. Willem overleed in 1256, voordat zijn residentie gereed was, maar zijn zoon Floris V zorgde ervoor dat de Ridderzaal voltooid werd, en voorzien van een verguld dak en torenspitsen. Rond het Binnenhof is later het dorp Den Haag ontstaan. De naam 'Haga' komt voor het eerst voor in een oorkonde van de graaf uit 1242.


Impressie van het Binnenhof in de 13e eeuw volgens architect Cornelis Peters, 600 jaar later

De Ridderzaal en het Binnenhof werden versterkt, maar het dorp eromheen kreeg nooit stadsrechten, al bleef Den Haag residentie van de graven van Holland en hun opvolgers. Den Haag kon groeien als compromis tussen de Hollandse steden, maar diezelfde steden zorgden ervoor dat Den Haag geen vestingstad werd. De oppervlakte van Den Haag was aanzienlijk en omvatte behalve het dorp Die Haghe ook Haagambacht bestaande uit het vissersdorp Scheveningen, het Maria-bedevaartsoord Eik en Duinen (thans een begraafplaats tussen Den Haag en Loosduinen), Halfloosduinen en de heerlijkheid Nieuwveen, dat thans Nootdorps grondgebied is.

Al zeker omstreeks 1400 telde Den Haag enkele duizenden inwoners, waardoor het in feite eerder een stad dan een dorp was. Een stad placht in die tijd echter een verregaande mate van zelfbestuur te hebben, en de graven van Holland (en later hun opvolgers, de hertogen van Bourgondië en de Habsburgers) verkozen het om het in hun eigen residentie zelf voor het zeggen te hebben.

Aan het eind van de langdurige Hoekse en Kabeljauwse twisten werd Den Haag, niet beschermd door wallen en singels, in juli 1479 ingenomen en geplunderd door Wolfert VI van Borselen en Reynier van Broeckhuysen.

In 1528 werd Den Haag overvallen door de Gelderse veldheer Maarten van Rossum, die de nederzetting buiten het grafelijk kasteel brandschatte, waardoor de brandstichting werd afgekocht. Ook tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog werd Den Haag genadeloos geplunderd en raakte het nagenoeg ontvolkt. De stad was het Spaanse hoofdkwartier tijdens het beleg van Leiden.

Vroegmoderne tijd
Vanaf 1581 zetten de stadhouders de praktijk uit de vorige eeuw, om Den Haag geen stadsrechten en daarbij horende grote mate van zelfbestuur te geven, voort, omdat Den Haag de plaats was waar het hoogste regeringsorgaan, de Staten-Generaal, resideerde.[bron?] Nadat de Staten-Generaal zich, in 1583, in de Noordelijke Nederlanden hadden gevestigd, kwamen zij aanvankelijk in Middelburg bijeen. Vanaf 1585 werd Den Haag de vergaderplaats.

Ook was het stadhouderlijk hof daar gevestigd. Aanvankelijk had het er in de jaren 1580 nog om gespannen of het verwoeste Den Haag weer zou worden opgebouwd; de machtige stad Delft wilde in haar directe omgeving de opkomst van een gevaarlijke rivaal liever verhinderen, mede omdat de stad Delft wenste dat de Staten-Generaal zich blijvend in Delft zou vestigen. Uiteindelijk werd toch tot wederopbouw besloten, en de Staten-Generaal bleven in Den Haag gevestigd.


Het Binnenhof en omgeving aan het eind van de zestiende eeuw

In 1622 telde Den Haag 16.000 inwoners. In de 17e eeuw werd Den Haag omgeven door grachten, die door stadhouder prins Maurits als aanzet tot volledige vestingwerken waren aangelegd, maar van de geplande echte verdedigingswerken kwam verder niets.


Gezicht op 's-Gravenhage vanuit het Zuid Oosten (1650) door Jan van Goyen

Aan het eind van de 18e eeuw was het bevolkingsaantal opgeklommen tot ongeveer 40.000, waarmee dit "dorp" de op twee na grootste nederzetting van Nederland was geworden (na Amsterdam en Rotterdam). Door de aanwezigheid van het stadhouderlijk Hof, de Staten-Generaal en buitenlandse diplomaten en adel had Den Haag een veel aristocratischer karakter dan de meeste andere Nederlandse steden. Maar er was een groot contrast tussen de aristocratische wijk rondom het Binnenhof en Voorhout en de meer volkse delen van het "dorp".

19e en 20e eeuw
In 1834 werd Den Haag uitgebreid met het Rijswijkse gehucht 't Sluijsje, gelegen aan de zuidgrens van Den Haag, nabij het Rijswijkseplein. Toen station Hollands Spoor werd aangelegd, gebeurde dat aanvankelijk nog op Rijswijks grondgebied. Enkele jaren later zou in 1844 een stuk Rijswijks grondgebied worden geannexeerd vanaf het Rijswijkseplein. Het inwonertal van Den Haag was toen ruim 70.000. Omstreeks 1870 zou het aantal van 100.000 worden gehaald, en rond 1900, in de fin de siècle-tijd van Louis Couperus, telde de stad ongeveer 200.000 inwoners. Ten zuiden van de oude binnenstad ontstonden toen dichtbevolkte arbeiderswijken (Laakkwartier, Schilderswijk, enz.), terwijl tegen de duinkant nieuwe wijken voor de meer gefortuneerde burgers gebouwd werden: Statenkwartier, Duinoord, Archipelbuurt, enzovoort. In die tijd speelde Den Haag ook in kunstzinnig opzicht een belangrijke rol vanwege de schilders van de Haagse School.

In de loop van de negentiende eeuw trok de vissersplaats Scheveningen geleidelijk meer toeristen, die vooral op het brede zandstrand afkwamen.

In 1872 vond tijdens het Haagse congres van de Eerste Internationale de splitsing plaats tussen de anarchisten (Michail Bakoenin) en de marxisten (Karl Marx).

In 1899 vond in Den Haag de Eerste Haagse Vredesconferentie plaats, die leidde tot de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage, dat in Den Haag gevestigd werd. De Amerikaanse staalmagnaat Andrew Carnegie schonk een bedrag van $ 1.500.000 (omgerekend zo'n 23 miljoen euro) voor de bouw van het Vredespaleis (gebouwd tussen 1907 en 1913), waarin dit hof zou zetelen. Later werd ook het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis gevestigd.

Sinds de 19e eeuw heeft Den Haag ernaar gestreefd gebieden te annexeren wegens ruimtegebrek. Sommige van deze acties mislukten, maar de voormalige gemeente Loosduinen werd in 1923 samengevoegd met Den Haag.

Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog, op 3 maart 1945, kwamen tijdens het bombardement op het Bezuidenhout 510 mensen om het leven. Het bombardement werd uitgevoerd door de geallieerden en had als doel de vernietiging van de mobiele V-2-lanceerinrichtingen van de Duitsers, maar de bommen vielen een paar honderd meter te ver naar het oosten.

Op 1 januari 1960 telde Den Haag 605.876 inwoners. In de veertig jaar daarna is dit drastisch teruggelopen tot iets meer dan 441.000 inwoners in 1999.

21e eeuw
Met ingang van 1 januari 2002 zijn de nieuwbouwwijken Leidschenveen en Ypenburg als gevolg van grenscorrecties toegewezen aan Den Haag, ten koste van Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk en Voorburg. Hierdoor is het bevolkingsaantal inmiddels weer in stijgende lijn en momenteel telt de stad ruim 485.000 inwoners. Volgens het CBS zal het inwoneraantal van 2007 tot 2025 met zo'n 7,7 % stijgen. In 2025 zal Den Haag dan zo'n 511.000 inwoners tellen.


Bron: Wikipedia
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #4 ·
Geschiedenis van familie De Witt



Johan de Witt (Dordrecht, 24 september 1625 – Den Haag, 20 augustus 1672)
Heer van Zuid- en Noord-Linschoten, Snelrewaard, Hekendorp en IJsselveere, stamde uit het Noord-Nederlandse regentengeslacht De Witt en was raadpensionaris van Holland en daarmee de belangrijkste Nederlandse staatsman van zijn tijd.

Als gevolg van de Hollandse Oorlog waren volksoproeren uitgebroken en de gebroeders De Witt (Johan en Cornelis, zonen van Jacob en neven van Andries de Witt) werden in het 'Rampjaar' 1672 door een woedende menigte gelyncht in Den Haag.

De Witt en Cornelis de Graeff
Vanaf 1653 was De Witt raadpensionaris van Holland, aangezien Dordrecht als oudste stad in het graafschap Holland de meeste rechten had om een kandidaat te leveren. Deze benoeming kon echter alleen geschieden met de nadrukkelijke instemming van Amsterdam, dat toen onder leiding stond van burgemeester Cornelis de Graeff, de meest succesvolle Amsterdamse burgemeester uit de Gouden Eeuw, van wie De Witt een aangetrouwde neef was. De voorbeeldige samenwerking tussen de twee politici was een belangrijke factor in het succes van De Witts politiek en de herleving van de economie na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. De Witt erkende volledig de macht van zijn oom, en deed zijn best om aan de Amsterdamse wensen tegemoet te komen. Dat sloot overigens geschillen tussen de twee niet uit, waarbij De Witt kon accepteren dat De Graeff en Amsterdam bijvoorbeeld eigenmachtig admiraal Michiel de Ruyter op de Engelsen afstuurden. Ondanks deze verschillen in aanpak met De Witt bleef de verstandhouding tussen hem en De Graeff uitstekend. De Witt begreep de opmerking van een andere Amsterdamse burgemeester in 1660: dat zonder den heer van Zuidpolsbroek in niets iets te doen was.

Verdere successen
Onder De Witts leiding werd in 1654 vrede met Engeland gesloten waarbij de leiders van Holland - De Witt, De Graeff, Jacob van Wassenaer Obdam en Joan Wolfert van Brederode - een geheime Akte van Seclusie liet opnemen die de Republiek verbood de zoon van stadhouder prins Willem II automatisch als stadhouder aan te stellen. In de Deductie van Johan de Witt verdedigt hij zich tegen de verwijten die werden geuit naar aanleiding van de Akte van Seclusie. Nederland ging in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk een welvarende periode tegemoet, maar niet zonder machtsvertoon en oorlogen. Jaarlijks werd een kleine expeditie uitgezonden tegen de Algerijnse zeerovers. In 1660 werd De Witt evenals De Graeff, Lodewijk van Nassau-Beverweerd en drie andere leden door de Staten van Holland aangesteld als lid van de commissie ter educatie van prins Willem III van Oranje-Nassau, "het kind van staat".

De Witt stelde de staatsfinanciën op orde en creëerde een sterke vloot. Toen in 1665 opnieuw oorlog uitbrak met de Engelsen, werd in deze Tweede Engels-Nederlandse Oorlog dan ook de overwinning behaald. De Witt was betrokken bij de totstandkoming van de Vrede van Breda in 1667. In 1667 behoorden de Alkmaarse regent Gaspar Fagel en Gillis Valckenier uit Amsterdam tot de opstellers van het Eeuwig Edict, tot afschaffing van het stadhouderschap. In het Edict werd het stadhouderschap onverenigbaar verklaard met het kapitein-generaalschap. De Witt steunde samen met verwanten - zoals zijn oom Andries de Graeff en zijn neef Govert van Slingelandt - dit edict.

Dood
Om de Engelse handelsrivaal te weerstaan, was het Staatse leger echter sterk verwaarloosd. De Witt probeerde door een pro-Franse politiek te voeren de veiligheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te waarborgen, maar wilde niet meegaan met het plan van Lodewijk XIV om de Spaanse Nederlanden te verdelen. Net als Frederik Hendrik voor hem, had hij liever een door Spanje bestuurde bufferzone aan de zuidgrens van de Republiek dan een grens met het machtige Frankrijk. De Franse politiek werd in die tijd gekenmerkt door een tomeloos expansionisme, dat versterkt werd door de geduchte economische concurrentie van de Nederlandse Republiek. Hierop begon in 1672 (Ook bekend als het Rampjaar) de Hollandse Oorlog, met een Franse inval over land van de Republiek, gepaard gaand met een bedreiging door drie andere anti-Nederlandse bondgenoten: de bisschop van Munster en de aartsbisschop van Keulen in het oosten en de Engelsen ter zee, die met een invasie dreigden. Frankrijk wenste niet alleen de Zuidelijke Nederlanden, waar Lodewijk volgens een erfrechtelijke redenering recht op meende te hebben, maar ook de Rijn als natuurlijke Franse grens te bereiken. Het failliet van De Witts buitenlandse politiek, die lange tijd succesvol was geweest, was daarmee compleet.

Twee weken nadat Johans broer Cornelis op valse beschuldiging van verraad werd gearresteerd, trok hij zich terug als politiek leider. Op 21 juni overleefde hij al een eerste moordaanslag: hij werd neergestoken maar herstelde. Toen Johan zijn broer op 20 augustus bezocht, in de val gelokt door een vervalste brief, werden beide broers door het gepeupel vermoord; in feite ging het bij deze "spontane" aanval om een zorgvuldig geplande moordaanslag door de kliek rond de Orangist Johan Kievit, met medewerking van Willem III, en Willem Tichelaar. Aanvankelijk beschermde de cavalerie de gevangenis, maar ze kreeg van hoger hand het bevel te vertrekken onder het valse voorwendsel van een bericht over plunderende boeren. Daarna drong een groep volk de gevangenis binnen en sleurde de broers naar buiten. De Witt kreeg een nekschot; zijn lijk werd ontkleed, ondersteboven opgehangen, ontmand en ten dele opgegeten. Zijn hart werd door Dirck Verhoeff uit het lichaam gesneden en samen met het hart van zijn broer nog jaren tentoongesteld.

De duim en tong van de gebroeders de Witt zijn nu te vinden in het Haags Historisch Museum. Het verloop van het proces tegen Cornelis de Witt is nagespeeld en verfilmd. Deze film is te zien in Rijksmuseum de Gevangenpoort in Den Haag. Het standbeeld van Johan de Witt op de Plaats in Den Haag verwijst met zijn vinger naar de plek waar hij en zijn broer gelyncht zijn: het Groene Zoodje (de vaste standplaats van het schavot).

Hoewel er meer aanwijzingen zijn voor een meer directe betrokkenheid van de Prins van Oranje bij deze moord op de gebroeders De Witt, werden deze van officiële zijde nooit afdoende onderzocht. Wel kan worden vastgesteld dat de prins ervoor zorg droeg dat de moordenaars niet werden vervolgd. Integendeel, zij werden beloond met jaargelden en ambten. Lange tijd regeerde de mening dat de menigte werd "opgezweept door orangistische partijgangers uit de naaste omgeving van Willem III." Deze mening wordt genuanceerd door recent onderzoek van historicus Michel Reinders, die 27 november 2008 promoveerde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De stedelingen die in het Rampjaar te hoop liepen tegen de regenten waren volgens hem geen marionetten van Willem III, maar hadden een eigen agenda. Historici waren lang van mening dat Willem III zich van zijn politieke tegenstanders ontdeed door de volkswoede te bespelen. Uit Reinders’ dissertatie blijkt dat de burgers van Holland, gezien de militaire dreiging, Willem als bevelhebber wilden, maar verder hun eigen politieke spel speelden

Cornelis De Witt
Cornelis de Witt (Dordrecht, 15 juni 1623 – Den Haag, 20 augustus 1672) was pensionaris van Dordrecht en broer van Johan de Witt. De twee broers, zoons van Jacob de Witt en beiden neef van Andries de Witt, studeerden samen. Cornelis trouwde in 1653 met Maria van Berckel. Hij stamde uit het beroemde patriciergeslacht De Witt.

Cornelis was van 1652 tot 1654 lid van de admiraliteit van Rotterdam en werd in 1654 door de Staten van Holland aangesteld als ruwaard van Putten. Hij was ook baljuw van de Beijerlanden. Zijn broer Johan, die als raadpensionaris een machtig man was, bezorgde Cornelis diverse belangrijke functies. In 1667 had Cornelis het toezicht op de Tocht naar Chatham tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Samen gingen ze uiteindelijk ten onder. Hun pro-Franse politiek mislukte toen Lodewijk XIV de Republiek aanviel tijdens de Hollandse Oorlog. Cornelis ging nog mee met de vloot tijdens de Slag bij Solebay, waar hij grote persoonlijke moed betoonde. Door het oprukken van de Franse troepen naar het hart van het land zag de Oranjepartij de kans schoon de Staatsgezinde regenten ten val te brengen. In de meeste Staten en vroedschappen namen ze met geweld de macht over. De zieke Cornelis moest als Dordts raadslid zijn handtekening zetten onder de herroeping van het Eeuwig Edict. In augustus 1672 werd Cornelis door barbier Willem Tichelaar beschuldigd van het beramen van een moordpoging op prins Willem III. Cornelis werd gevangengezet in de Gevangenpoort te 's-Gravenhage. Ondanks zware martelingen bekende Cornelis niet, zo werden hem op de pijnbank de scheenschroeven aangezet. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat hij volkomen onschuldig was. Omdat Cornelis een eerdere ontmoeting met Tichelaar ontkende, werd hij uiteindelijk vanwege meineed tot verbanning veroordeeld.

Toen zijn broer hem op de dag van de uitspraak uit de gevangenis kwam halen, in de val gelokt door een vervalste brief die zogenaamd van Cornelis afkomstig was, werden beiden vanuit een opgejutte menigte door een groep samenzweerders uit de kliek rond de orangist Johan Kievit uit de gevangenis gesleurd. Zijn broer werd meteen met een nekschot afgemaakt; Cornelis werd neergeslagen, -geschoten en -gestoken, opengereten en ondersteboven opgehangen; toen hij zijn hoofd nog oprichtte, werden hem met twee slagen van een geweerkolf de hersens ingeslagen. Eén aanvaller poogde van zijn ontklede lijk het geslachtsdeel af te bijten; toen dat mislukte ontmande hij hem met een mes, nam het geslacht in de mond en gaf het toen aan een ander die het opat. Weer een ander sneed repen vlees uit de billen om die meteen op te eten. Hierop ging Cornelis Tromp, zwager van Johan Kievit en de man die persoonlijk het sein tot de aanval aan de moordenaars had gegeven, het resultaat bekijken. Daarna werden bij beide broers door Dirck Verhoeff de harten uit het lijf gesneden, die nog jarenlang door deze ter bespotting werden tentoongesteld. De beul die Cornelis gemarteld had zou enkele maanden later op zijn sterfbed nog vergiffenis vragen aan de weduwe.


De lijken van de gebroeders De Witt, opgehangen op het Groene Zoodje aan de Vijverberg te Den Haag, 1672

Bron: Wikipedia
 

·
Registered
Joined
·
2,475 Posts
Wat ik me afvraag, heeft het hele complex in en om wat we het Binnenhof noemen nooit een echte naam gehad? Binnenhof lijkt me gewoon te verwijzen naar de functie van de plek en geen echte naam. Net als dat het Plein verwijst naar het feit dat het een plein is, maar blijkbaar geen eigen naam heeft zoals ander pleinen.
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #11 ·
Wat ik me afvraag, heeft het hele complex in en om wat we het Binnenhof noemen nooit een echte naam gehad? Binnenhof lijkt me gewoon te verwijzen naar de functie van de plek en geen echte naam. Net als dat het Plein verwijst naar het feit dat het een plein is, maar blijkbaar geen eigen naam heeft zoals ander pleinen.
Goede vraag Xoem. Het antwoord kan waarschijnlijk niemand ons nog met 100% zekerheid vertellen, omdat de échte oorsprong niet bewezen is. Het verhaal dat Floris IV "het terrein" kocht in 1229 lijkt aannemelijk, maar dáárvoor...
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #12 ·
Het Binnenhof

Het Binnenhof


Binnenhof 1768

Het Binnenhof is een gebouwencomplex in het centrum van Den Haag en al eeuwenlang het centrum van de Hollandse en Nederlandse politiek. Den Haag is ontstaan rond het Binnenhof, dat door de geschiedenis heen steeds in veel opzichten het middelpunt van de residentie is geweest.

Het Buitenhof is een aangrenzend plein en is vroeger ook wel 'Nederhof' genoemd.

Oorsprong
Over het ontstaan van het Binnenhof is niets met zekerheid bekend. Het oudste gebouw was een donjon die er voor 1230 zou hebben gestaan; de fundamenten liggen nog onder het Rolgebouw. Volgens een hypothese zou het terrein van het Binnenhof in 1229 door graaf Floris IV van Holland zijn gekocht.

Impressie van het Binnenhof in de 13e eeuw volgens architect Cornelis Peters, 600 jaar later

Bijna afgebroken
Het huidige Binnenhof bestaat al lange tijd en is weinig van uiterlijk veranderd, al stelt de huidige opzet van het parlement andere eisen aan de faciliteiten dan enkele eeuwen geleden. Tot 1992 was de Oude Zaal (de Balzaal van stadhouder Willem V uit de 18e eeuw) de zittingszaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, maar de zaal was te klein om met goed fatsoen de 150 leden van de Kamer te huisvesten samen met alle ondersteunende personen. In 1992 werd daarom de nieuwe vergaderzaal geopend, maar liet men de oude gebouwen staan. Een dergelijk idee van behoud van de historie is niet altijd aanwezig geweest. Tot twee keer toe zijn er plannen geweest om het Binnenhof af te breken. Tussen 1806 en 1810 werd het land bestuurd vanuit Amsterdam: koning Lodewijk Napoleon verplaatste zijn zetel naar Amsterdam en het Binnenhof stond leeg. De tweede keer dat er dreiging was om het Binnenhof af te breken was in 1848. De toenmalige Staten-Generaal wilden een groot signaal geven dat de nieuwe Grondwet de macht bij de Staten-Generaal legde in plaats van de koning, en het leek de leden een goed idee om als gebaar het oude machtscentrum af te breken en nieuwe regeringsgebouwen neer te zetten. De lokale bevolking had echter meer oog voor de historische waarde van het Binnenhof en kwam met succes in protest tegen de plannen.

Uitbreiding
Zeker is dat de zoon van Floris IV, graaf Willem II begon met de uitbreiding tot een kasteelcomplex waar ook het toen ommuurde Buitenhof inclusief de Gevangenpoort deel van uitmaakten. Tussen 1248 en 1280 bouwde Willem de hofkapel en de gotische Ridderzaal. Links en rechts, haaks op de Ridderzaal, staat een muur die de ruimte voor en achter het gebouw splitste. Beide muren hebben een poort. Aan het einde van de muur, bij de Hofvijver, werd de hofkapel gebouwd, en vlak daarbij het Ridderhuis, waar bezoekende ridders onderdak kregen; aan de zuidkant kwamen keukens. De zuiderpoort werd de Keukenpoort genoemd, en daarachter lag de Keukenhof ('Cokenplein').

Achter de ridderzaal werden woonvertrekken aangebouwd. Een poort (later de Maurits- of Grenadierspoort genoemd) en brug gaven toegang tot de kooltuin en een boomgaard. Daar zijn nu het Mauritshuis en het Plein.

Onder Willems zoon, graaf Floris V, werd het kasteel vermoedelijk voltooid en was het Binnenhof vermoedelijk korte tijd residentie van de graven van Holland. De graven van Henegouwen woonden slechts tijdelijk op het Binnenhof. Desondanks breidden zij het kasteel uit met nieuwe gebouwen. Onder enkele graven van Beieren was het kasteel weer wel residentie. Met name Albrecht van Beieren heeft er lang gewoond.

Behalve door de Hofvijver werd het Binnenhof eeuwenlang omringd door grachten. Vanuit die grachten kon je door het Spui naar Delft varen. Dit was onder meer belangrijk voor de aanvoer van bier, want alleen steden met stadsrechten mochten bier maken. Tegenwoordig is van al dat water alleen de Hofvijver overgebleven en een klein stukje gracht naast het Torentje.

Naast het Torentje, met daarin sinds 1849 de werkkamer van de minister-president, ligt het museum het Mauritshuis, gebouwd in 1640 als woning voor graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen.

Aan de andere kant van het Torentje ligt de Maurits- of Grenadierspoort, die toegang geeft tot het Binnenhof. Recht tegenover het Torentje in het voormalige ministerie van Koloniën bevinden zich nu kantoorruimtes van de Tweede Kamer.

De Ridderzaal
De Ridderzaal is een grote zaal in het gotische gebouw, dat midden in het Binnenhof staat. Hier wordt jaarlijks op de derde dinsdag in september in de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal de troonrede uitgesproken door de koningin.

Vergadering in de Ridderzaal anno 1651, geschilderd door Dirck van Delen

In 1904 werd de Ridderzaal gerestaureerd en in 2006 grondig gerenoveerd. De vlaggen zijn verdwenen en er hangen nu wandkleden aan de muur. Ook zijn het podium en de bekleding van de troon vernieuwd en is het baldakijn kleiner gemaakt.

De Trêveszaal
De Trêveszaal werd gebouwd in opdracht van de Staten-Generaal. Dit gebeurde op verzoek van Johan van Oldenbarnevelt om zo een mooie zaal te krijgen om tijdens de Tachtigjarige Oorlog onderhandelingen te voeren die tot het Twaalfjarig Bestand van 1609 hebben geleid. Zijn standbeeld staat op de Lange Vijverberg en kijkt naar het gebouw.



Nog een paar gedenkwaardige gebeurtenissen hebben in de Trêveszaal plaatsgevonden, onder meer:
- In 1697 werd een delegatie van Russische gezanten ontvangen. Tsaar Peter I woonde toen in Zaandam.
- In 1995 ontmoetten minister-president Kok en de Duitse Bondskanselier Kohl elkaar.
- Van 1815 tot 1849 vergaderde in de Trêveszaal de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Tegenwoordig vergadert het kabinet hier iedere vrijdag.

Het Keurhuis
Ten noorden van de Ridderzaal, op Binnenhof 6, staat een klein huis met het opschrift " t' Goutsmits Keurhuys", gebouwd in 1640 voor het Gilde van de Goud- en Zilversmeden. Hier werden de keurmerken in zilveren en gouden voorwerpen geslagen. Opvallend is de spelfout op de gevel, er staat t' Goutsmits Keurhuys en niet 't Goutsmits Keurhuys.



Om bij het pand te komen moest men door de Spuipoort en de Hofpoort. De Stadhouderspoort bij het Buitenhof mocht alleen door de stadhouder gebruikt worden.

Het pand ernaast, Binnenhof 4, werd in 1776 gebouwd. Het wordt door de Tweede Kamer gebruikt.

De poorten
Lang was het hele terrein van het Binnenhof en het Buitenhof ommuurd. Er waren poorten om van het Binnenhof naar de buitenhoven te gaan en vandaar de buitenwereld te betreden.

- Stadhouderspoort uit 1620: aan de westkant verbindt de Stadhouderspoort het Binnenhof met het Buitenhof, waar onder meer de stallen waren. Alleen de stadhouder maakte gebruik van deze poort. Wanneer je via het Buitenhof aan de noordkant de Gevangenpoort doorging stak je met een ophaalbrug de Haagse Beek over en kwam je uit op de Plaats, waar nu een standbeeld van Johan de Witt staat. Daaromheen woonden allerlei mensen die met het Hof te maken hadden.
- Binnenpoort of Middenpoort uit 1634: Het Plein werd in 1633 opgeleverd en daarom werden in 1634 twee nieuwe poorten gebouwd. Ze lijken ook op elkaar. De Binnenpoort werd gebruikt om het Binnenhof af te sluiten. Tussen de Binnenpoort en de Buitenpoort vestigden zich voorname functionarissen.
- Mauritspoort of Buitenpoort of Grenadierspoort uit 1634: men kon het Binnenhof ook aan de oostkant verlaten door de Mauritspoort om te wandelen in de ommuurde moestuinen of te gaan jagen in het Haagsche Bos.
- Hofpoort: aan de zuidkant van het Binnenhof gaf de Hofpoort toegang tot de Hofsingel. Deze poort is pas in de 18e eeuw gebouwd.

De Hofkapel
Sinds 1591 hield de Waals-Hervormde gemeente haar diensten in de oude kapel op het Binnenhof, die in 1770 grondig gerestaureerd werd.

Lodewijk Napoleon Bonaparte, de eerste koning van het Koninkrijk Holland van 1806-1810, heeft tot september 1807 op het Binnenhof gewoond. Zodra Lodewijk Napoleon in 1806 het Binnenhof als residentie betrok, moesten in de hofkapel katholieke diensten worden gehouden. Hij gaf aan de Waals-Hervormden een bijdrage om in het Noordeinde de huidige Waalse kerk te bouwen. Het werd een eenvoudige kerk, de herenbanken en de preekstoel zijn nog uit de bouwtijd. In 1885 werd het orgel toegevoegd.

De Hofkapel werd in de 19e eeuw (1879) aan het Rijk verkocht en kreeg na een zeer grondige verbouwing een andere bestemming. Thans bevinden zich in dit deel van het Binnenhof de fractie-, commissie- en werkruimtes van de Eerste Kamer.


Het dorp Den Haag had de Jacobskerk en het hof de gotische Hofkapel, tussen het Binnenhof en het water van de Hofvijver. Toen het Nederlands parlement haar intrek nam werd dit feodale restant met typisch Haagse onverschilligheid (op)geruimd.

De fontein
De fontein werd weliswaar speciaal voor het Binnenhof gemaakt, maar eerst in Amsterdam opgebouwd. Tijdens de bouw van het Rijksmuseum in Amsterdam werd in 1883 de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling gehouden op het ervoor gelegen Museumplein. Daar werd deze fontein tentoongesteld, als toonbeeld van ambachtelijk kunnen. De fontein is een geschenk van de Haagse burgerij, als dank voor de restauratie van de voorgevel van de Grafelijke Zalen (Ridderzaal). Initiatiefnemer was Victor de Stuers, die persoonlijk een substantieel deel van de kosten van de fontein voor zijn rekening nam. De regering aarzelde om het geschenk te aanvaarden, vanwege de kosten van het water. Dit probleem werd opgelost met de bepaling dat de fontein slechts op bepaalde hoogtijdagen zou spuiten. Pas in 1885 werd de fontein op het Binnenhof geplaatst. De fontein werd ontworpen door Pierre Cuypers, die ook verantwoordelijk was voor de genoemde restauratie van de voorgevel, waarmee een eerdere restauratie door Adianus J. Noordendorp in de jaren 1810 werd gecorrigeerd en de torens hun huidige bekroningen kregen. In de jaren 1970 en in 2006-2007 is de fontein gerestaureerd. De windroos rond de fontein is niet origineel, maar later toegevoegd. Bij de laatste restauratie is de fontein weer geschilderd in de oorspronkelijke kleuren bruin en goud uit 1883. Rondom de fontein staat de tekst: Ter nagedachtenis aan den Graaf van Holland, Koning Willem II, den begunstiger der Stedelijke wijsheden, den beschermer der Kunst, den stichter der kastelen van 's-Gravenhage en Haarlem.


De vergaderzaal van de Eerste Kamer
Op Binnenhof 22 is de Eerste Kamer der Staten-Generaal gevestigd. In 1650 gaven de Staten van Holland en West-Friesland aan de befaamde architect Pieter Post de opdracht een nieuwe monumentale vergaderzaal te bouwen. De bouw vond plaats tijdens het stadhouderloze tijdperk dat na de dood van stadhouder Willem II werd afgekondigd. Hiertoe werd een gedeelte van stadhouderlijke residentie afgebroken. Van het stadhouderlijk paleis bleef de Mauritstoren, gelegen in de zuidwesthoek van het Binnenhof, intact. De vergaderzaal moest de nationale en internationale invloed van de staten van Holland en West-Friesland uitstralen en de nieuwe machtsverhoudingen aan het Binnenhof weergeven. Dat blijkt met name uit de plafondschilderingen van Andries de Haen en Nicolaas Wielingh. Ze drukken Hollands glorie uit door de afbeelding van typen van verschillende volken, waarmee de Republiek wereldwijd banden onderhield. De vroegere Statenzaal is sinds 1849 de vergaderzaal van de Eerste Kamer. De zaal bevindt zich op de eerste verdieping. Op de begane grond is de Noenzaal. Deze ruimte, thans de eetzaal van de Eerste Kamer, werd vroeger gebruikt als vergaderzaal van de Gecommitteerde Raden, het uitvoerend college van de Staten van Holland. Onderdeel van de Mauritstoren is de Ministerskamer. Deze kamer die uitkijkt op het Buitenhof, wordt wekelijks gebruikt door de ministers en staatssecretarissen, die zich hier voorbereiden op de plenaire behandeling van wetsvoorstellen in de Eerste Kamer. Minstens één keer in de vier jaar vindt in de Ministerskamer de kabinetsformatie plaats.



Waterpomp
Bij de ingang naar het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer staat één van de weinige oude pompen die in Den Haag zijn overgebleven. Er zijn nog enkele oude pompen bekend, o.a. op het Lange Voorhout, bij de Grote Kerk en in enkele hofjes.

Bron: Wikipedia
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #13 ·
Eeuwenoud boek Hugo de Groot in Vredespaleis getoond

Een eeuwenoud en beroemd boek van Hugo de Groot is maandagavond in het Vredespaleis voor het eerst aan liefhebbers van de Delftse rechtsgeleerde getoond.

Het is de eerste druk van het boek ‘De Iure Belli ac Pacis’ (‘Over het Recht van Oorlog en Vrede’) dat in 1625 is gepubliceerd. Het werk is eind 2010 door de bibliotheek op een veiling in Duitsland gekocht en vormt een belangrijke toevoeging aan de Hugo de Groot-collectie. Het enige andere bekende exemplaar bevindt zich in een bibliotheek in Oxford.

Tijdens de bijeenkomst in de bibliotheek van het Vredespaleis noemde Henk Nellen, de schrijver van een biografie over Hugo de Groot, het boek een ‘historische sensatie’. Het boek is volgens hem waardevol omdat De Groot een rechtssysteem heeft ontwikkeld dat de grondslag vormt van het moderne volkenrecht. Nellen: ‘Frankrijk heeft Voltaire, Groot-Brittannië heeft Locke en wij hebben Grotius. Het boek is een aanwinst voor de stad Den Haag, die het internationale recht als speerpunt heeft.'

Uniek
Het bestuderen van de eerste druk is belangrijk voor het werk van onderzoekers die daarmee de verschillen die De Groot in de loop van de tijd heeft aangebracht kunnen ontdekken. Terwijl de drukpers al werkte, veranderde de auteur stukken tekst waardoor latere exemplaren verschillen van de eerste versie.

De bibliotheek is van plan om het boek te digitaliseren zodat iedereen het kan lezen.



Bron: RTVWest
 

·
Registered
Joined
·
4,846 Posts

Gezicht op 's-Gravenhage vanuit het Zuid Oosten (1650) door Jan van Goyen

Aan het eind van de 18e eeuw was het bevolkingsaantal opgeklommen tot ongeveer 40.000, waarmee dit "dorp" de op twee na grootste nederzetting van Nederland was geworden (na Amsterdam en Rotterdam). Door de aanwezigheid van het stadhouderlijk Hof, de Staten-Generaal en buitenlandse diplomaten en adel had Den Haag een veel aristocratischer karakter dan de meeste andere Nederlandse steden. Maar er was een groot contrast tussen de aristocratische wijk rondom het Binnenhof en Voorhout en de meer volkse delen van het "dorp".
Dat is op dat schilderij zelf inderdaad erg goed te zien. Ik geloof dat hij in het Haags Historisch hangt, maar je ziet daar aan de rechterkant van het Spui grote huizen met grote, vierkante daken en aan de linkerkant veel kleinere huisjes. Er was al een Hagenaars/Hagenezen onderscheid nog voordat er een turf/veen onderscheid was.

In 1872 vond tijdens het Haagse congres van de Eerste Internationale de splitsing plaats tussen de anarchisten (Michail Bakoenin) en de marxisten (Karl Marx).
Als ik me goed herinner in zaal Concordia. De naam heeft niet veel geholpen.
Gave thread trouwens!
 

·
Registered
Joined
·
4,537 Posts
Was in Excelsior aan de Korte Lombardstraat. De aftekening van het gebouw is nog steeds te zien aan de zijkant van het pakhuisje...1872!

"De Haagse Internationale was het vijfde congres van de Internationale Arbeidersbeweging. Het Haagse congres is beslissend voor de koers van de socialisten. De anarchisten, onder leiding van Michael Bakoenin, splitsen zich af na een messcherpe ideologische discussie met de aartsvader van het socialisme; Karl Marx."

"Een internationaal congres (1872)

In de zomer van 1869 besloten enkele werklieden tot de oprichting van het Nederlandsch Werklieden Verbond, Afdeeling der Internationale Arbeidersvereeniging (NWV). Tegenwoordig kennen wij de Internationale Arbeidersvereeniging (International Workingmen Association) beter onder de naam Eerste Internationale. Deze organisatie was in 1864 te Londen gesticht onder het motto: de bevrijding van de arbeidersklasse is het werk van de arbeiders zelf. Doel was om de arbeiders tot actie en organisatie te brengen. Die actie diende te bestaan uit economische vakbondsstrijd naast politieke strijd. Organisatie zocht men onder andere in het oprichten van vakverenigingen, maar vooralsnog lukte het niet om veel invloed uit te oefenen op de vakbeweging.

De internationale verloor het minieme beetje invloed dat ze wél had na de Commune van Parijs en het vijfde congres. De Commune was een volksopstand die uitbrak na de nederlaag van de Fransen in de Frans-Duitse oorlog van 1871. Arbeiders veroverden de stad, maar werden uiteindelijk door het Franse leger op gruwelijke wijze verslagen. De Commune joeg alle behoudende krachten schrik aan en werd synoniem aan de zo gevreesde, goddeloze arbeidersmacht. Op het vijfde congres van de Internationale, dat in 1872 nota bene in Den Haag plaatsvond, terwijl ze in ons land nauwelijks leden had, kwam het tot een heftige uitbarsting en scheuring tussen ‘anarchisten’ en ‘sociaal-democraten’. Zoals zo vaak bij een strijd om beginselen, trokken de kemphanen Marx en Bakoenin alle registers open, inclusief persoonlijke aantijgingen. Door deze broedertwist waren de dagen van de Internationale weldra geteld.
"

In de jaren 90 werd er recht tegenover het eerste Koerdische parlement in ballingschap opgericht...
 

·
what else!
Joined
·
1,796 Posts
Discussion Starter · #18 ·
Den Haag herdenkt bombardement Bezuidenhout - RTVWest

 

·
Registered
Joined
·
4,537 Posts
Eindelijk de videotape eens overgezet op Youtube. In 1986 gemaakt in opdracht van Haags Historisch Museum.

Gefilmd door Chris Kwant en Ilse Verduyn. Een nog jonge Bart Chabot rijdt in mijn auto (Panhard 1959) van Loosduinen naar Wassenaar en komt enkele hagenaars tegen. Met onder meer Adrie Duivesteijn als ober in de Boterwaag en Frits van der Sluijs als pompbediende in Mariahoeve (dat hij in 1958 als directeur stadsontwikkeling ontwierp). Lex Dalen Gilhuys verhaalt als wandelaar over de landgoederen. Vier korte delen!
http://www.youtube.com/watch?v=o54-BtnDBCU
http://www.youtube.com/watch?v=Bp9swpHMNxk
http://www.youtube.com/watch?v=d2np0Fqp61o
http://www.youtube.com/watch?v=OkcxP-8NNgg
 
1 - 20 of 60 Posts
Top